Het is een beetje vreemd...
Een spelontwikkelaar moet altijd afwegen hoe hij omgaat met een succesvolle spelformule. Ga je door op dezelfde voet en scoor je nog een paar knallers? Dan loop je wel de kans de sticker melkkoe opgeplakt te krijgen. Of sla je een nieuwe weg in en ga je voor iets nieuws met de kans dat niemand je spel koopt? Relic besloot voor dat laatste te gaan met Tales of Valor, de nieuwe uitbreiding voor Company of Heroes.
Met Tales of Valor heeft de reeks een behoorlijke gedaanteverwisseling ondergaan. Zoveel is wel duidelijk na het spelen van de drie nieuwe campagnes die de uitbreiding aanbiedt. Vooral de gameplay in de eerste twee missies, Tiger Ace en Causeway, lijken in de verste verte niet op de gameplay die de reeks zo succesvol maakte. De bloedstollende gevechten om controlepunten hebben plaatsgemaakt voor heldhaftige eenmansacties, diep achter vijandelijke linies. Met slechts een handvol eenheden is het de bedoeling om het de vijand zo lastig mogelijk te maken, zonder dat je jezelf hoef te bekommeren om grondstofmanagement of
basebuilding. De maximale hoeveelheid eenheden heb je namelijk al en grondstoffen krijg je voor elke gedode tegenstander.
Ook de missies hebben een totaal andere opzet. Je speelt de gehele campagne op één en dezelfde kaart. Neem bijvoorbeeld Causeway. In deze campagne mag je de slag om La Fiere naspelen. Een slag die in het echt bijzonder chaotisch en bloederig verliep en door Relic ook op deze manier wordt gepresenteerd. In de eerste missie moet je met acht paratroepers een zwaarbewaakte villa en een brug innemen. In de tweede missie steek je daadwerkelijk de brug over, om uiteindelijk door een overmacht aan Duitsers te worden teruggedreven. In de derde en laatste missie lukt het je tenslotte om met slechts één man door de vijandelijke linies te breken en met behulp van wat extra troepen de Duitsers voorgoed uit La Fiere te verdrijven.
Om het allemaal nog smeuïger te maken, heeft Relic een Direct Fire-modus toegevoegd. Dankzij deze modus kun je zelf de controle over de wapens van jouw eenheden nemen. Jij bepaalt de richting en de frequentie waarin er wordt geschoten. En voor een Tiger-tank werkt Direct Fire bijzonder prettig. Het is echt een genot om met je stalen monster door de nauwe straten van Villers Bocage te ploegen en alles aan gort te schieten. Noem het sadistisch, wij noemen het gewoon ontspannend. Relic vond het echter ook nodig om de infanterie uit te rusten met deze modus en dat had dan weer niet gehoeven. Jouw infanterie is meer dan capabel om zelf te richten en met de snelheid waarmee een Thompson-machinegeweer of een BAR schiet, is de Direct Fire-modus eigenlijk overbodig.
Als je het bovenstaande bij elkaar optelt dan kom je tot de conclusie dat het singleplayer-gedeelte van Company of Heroes eigenlijk geen Company of Heroes meer is. Een gegeven dat niet iedereen zal waarderen. Sommigen zullen zelfs menen dat de reeks te casual is geworden met Tales of Valor.. Maar dat gaat misschien wel te ver. Inderdaad, de tactische beslissingen over het al dan niet innemen van een controlepunt of je zuurverdiende grondstoffen opmaken aan een upgrade zijn verdwenen, maar daarvoor in de plaats krijg je wel een paar intense missies terug. Met een totale speelduur van ongeveer drie uurtjes zijn ze veel te kort, maar wel erg krachtig.

Als we heel eerlijk zijn, dan kopen we Company of Heroes niet voor het singleplayer-gedeelte. De missies zijn wel aardig, maar Company of Heroes komt pas echt tot zijn recht in de multiplayer. En gezien de toegevoegde content in Tales of Valor heeft Relic overduidelijk de pijlen gericht op plezier met je medespeler(s). Naast een paar nieuwe multiplayer-maps, die geheel volgens traditie de perfecte gastheer vormen voor een ouderwets Company of Heroes-slagveld, heeft Relic de geheel nieuwe Operations-levels toegevoegd. Deze komen in drievoud, genaamd Operation Panzerkrieg, Operation Stonewall en Operation Assault en alledrie bieden ze een totaal andere ervaring.