"He who knows when he can fight...
De beroemde woorden: “I’ve seen enough of one war, never to wish to see another” van Thomas Jefferson raken kant noch wal als je een Total War-speler bent. Sterker nog, de twee jaar tijdspanne die meestal tussen twee Total War-games in zit, is net iets te lang. Het liefst vechten we elk jaar een nieuwe oorlog uit in Total War-stijl. Dat het onbegonnen werk is om in één jaar een game zoals Empire: Total War te maken, snappen we na het spelen van de laatste game in de serie, meer dan ooit.Empire: Total War is een gigantische game met een onbeschrijflijk lange speelduur. Als je een week lang de game speelt, met een gemiddelde van tien uur per dag, heb je nog steeds niet alles gezien, gedaan of gehoord. De game is zo uitgebreid en zo gigantisch, dat je bijna een echt staatshoofd moet zijn om alles in de gaten te houden. Maar, om deze review nog enigszins overzichtelijk te houden, beginnen we gewoon met een korte uitleg over de game.

Empire: Total War is alweer het vijfde deel in een reeks die bekend staat om zijn realistische doch functionele aanpak. De game is in feite opgesplitst in twee delen. Allereerst is er de Campagnekaart waarop je alle zetten van je legers en vloot overziet, maar waar je ook alle opdrachten geeft voor het plaatsen van gebouwen en het ontginnen van grondstoffen. Dit gedeelte speelt als het ware als een turn-based strategiegame. Het tweede gedeelte bestaat uit de veldslagen zelf, die onvermijdelijk zijn als je als winnaar het einde van het spel wilt halen. En dit gedeelte van het spel valt in de categorie real-time strategy-gameplay. Je krijgt in feite dus twee speltypes voor de prijs van één.
Het aardige aan de Total War-reeks is echter dat je niet zoveel hoeft te vechten wanneer je dat niet wenst. Heb je een voortvarend rijk en zit je goed in de slappe was, dan zijn er voldoende opties om een ander rijk over te halen om bijvoorbeeld een gebied aan jou af te staan. Er zullen echter altijd staatshoofden zijn die jou het daglicht in je ogen niet gunnen, waardoor je vroeg of laat toch de wapens oppakt. Gelukkig zien de gevechten er fantastisch uit en besteden de makers veel aandacht aan de kunstmatige intelligentie, het uiterlijk en de manier waarop je deze gevechten beleeft. Je moet dus wel bijna een RTS-hater of een pacifist zijn, wil je liever niet vechten in Empire: Total War.


De Total War-reeks gaat er patent op, om bij elk deel weer wat nieuws toe te voegen. Soms zijn dat subtiele veranderingen en soms behoorlijk drastische. Empire: Total War valt ontegenzeggelijk in de laatste categorie. Om te beginnen speelt het spel zich af in de achttiende eeuw. De tijd van zwaarden, speren en donderbussen ligt alweer een paar eeuwen achter ons. Buskruit en musketten zijn verbeterd en veldslagen verlopen een stuk ‘netter’ dan voorheen. Doordat bijna iedere factie beschikt over vuurwapens, komt het er in deze tijd voornamelijk op aan om de legers zo goed mogelijk te positioneren. Dit uit zich in lange rijen soldaten die salvo na salvo op de vijand afvuren. Pas wanneer de vijandelijk linies zijn uitgedund, wordt de bajonet opgeschroefd en stormt men richting de tegenstander.